Stimuleer de taalontwikkeling bij je 2- tot 3-jarige door veel te benoemen tijdens dagelijkse activiteiten, interactief voor te lezen met rijmboekjes, liedjes te zingen en taalspelletjes te doen, en door rustig en duidelijk te spreken, zonder te veel te corrigeren, om zo woordenschat en zinsbouw te vergroten. Betrek je kind bij het ‘wat, hoe, waar’ van de omgeving en speel samen, bijvoorbeeld met rollenspellen.

Dagelijkse activiteiten en benoemen
- Benoem alles: Vertel wat je doet tijdens het koken, opruimen, aankleden, etc. (bv. “Kijk, een rode appel!”). Dit introduceert nieuwe woorden in context.
- Stel eenvoudige vragen: Vraag bijvoorbeeld “Wat is dat?” of benoem wat je ziet, zodat je kind kan antwoorden of herhalen.
- Betrek ze bij de omgeving: Ga naar de winkel, de boerderij, en praat over de dieren, geluiden en dingen die jullie zien.
Spelen en interactie
- Voorlezen: Kies boekjes met veel plaatjes en rijm. Maak het interactief door plaatjes aan te wijzen en samen te praten over het verhaal.
- Zingen en rijmen: Liedjes en versjes helpen bij het onthouden van taal en zijn leuk om samen te doen.
- Spelletjes: Doe rollenspellen, wissel af bij spelletjes of speel memory. Dit bevordert het wisselen van beurt en communicatie.
- Buiten spelen: Benoem wat je ziet, hoort, voelt en ruikt tijdens een wandeling.
Hoe je praat
- Spreek duidelijk en rustig: Wees het goede voorbeeld. Vermijd kindertaal, zodat je kind de juiste zinsbouw leert.
- Herhaal en breid uit: Herhaal de woorden van je kind en maak de zinnen langer of voeg er iets aan toe (bv. “bal” wordt “Ja, een rode bal”).
- Luister goed: Toon interesse en moedig aan zonder te forceren. Te veel corrigeren werkt averechts.
- Maak het speels: Gebruik spelletjes, geluiden en apps om het leuk te houden, en wees geduldig
