Stimuleer de taalontwikkeling bij 1- tot 2-jarigen door veel te praten, liedjes te zingen, samen boekjes te lezen en je kind te betrekken bij dagelijkse activiteiten zoals aankleden en boodschappen doen, waarbij je benoemt wat je doet, ziet en hoort, en geeft je kind de tijd om te reageren. Gebruik korte zinnen, geef het goede voorbeeld (geen kinderlijke taal), en herhaal wat je kind zegt in correct Nederlands.

Duidelijk en betrokken praten
- Benoem alles: Vertel wat je doet (“Even de melk pakken”), wat jullie zien (“Kijk, een rode auto!”) en wat je hoort (“De hond zegt woef”).
- Ga in gesprek: Reageer op de geluidjes en gebaren van je kind; maak ‘echte’ gesprekjes door oogcontact te maken en te glimlachen.
- Geef het goede voorbeeld: Gebruik duidelijke, rustige taal; noem een hond een hond, niet een ‘woefwoef’.
- Herhaal en breid uit: Zeg wat je kind zegt in de juiste vorm (“tietui” wordt “vliegtuig”).
Spelenderwijs leren
- Zingen en versjes: Zing liedjes met gebaren en wissel van stemmetjes, dit is leuk en stimulerend.
- Boekjes kijken: Blader samen door prentenboeken, wijs plaatjes aan en vertel wat er gebeurt, reageer op de interesse van je kind.
- Kiekeboe en gekke gezichten: Doe spelletjes die reactie uitlokken en de interactie vergroten.
- Keuzes aanbieden: Laat je kind kiezen tussen twee opties (appel of banaan) om communicatie uit te lokken.
Dagelijkse momenten benutten
- Samen doen: Betrek je kind bij huishoudelijke taken, koken, of opruimen en benoem wat jullie doen, ruiken, voelen.
- Onderweg: Praat over wat jullie zien op straat, in de winkel, of tijdens het wandelen.
- Emoties benoemen: Praat over gevoelens om de sociale ontwikkeling te ondersteunen.
Belangrijke tip
- Geef tijd: Wacht even (ongeveer 5 tellen) na het stellen van een vraag, zodat je kind de kans krijgt om te reageren.
